Angola is een herinnering geworden. Een levende herinnering die zeker nog aangevuld zal worden, maar voorlopig niet. Voorlopig zit ik weer in Nederland. Terug op vaderlandse bodem. Dit weblog staat op nonactief.
In plaats daarvan kijk ik nu weer elke dag vol verwachting naar het weer, dans ik de kizomba in mijn eentje op drie hoog in een donker Amsterdams appartement, fiets ik door de regen en vergeet ik mijn Portugees.
Het is duidelijk dat er genoeg te missen valt. En dus koester ik de herinnering.
Om mijn herinneringen levend te houden heeft Uitgeverij JasmijnDeVos&ArthurMolenaar BV in samenwerking met lulu.com besloten de verzamelde logs te publiceren. U kunt hier uw eigen exemplaar bemachtigen.
De verhuizers lopen door ons huis. Waar we eens gasten ontvingen, maaltijden voorbereiden en discussieerden over de eigenaardigheden van dit land dat we thuis noemen, staan nu rommelige dozen en stukken huisraad die we niet meenemen. Waren het maar alleen materiële zaken die we achterlaten......
Onze werkster en vriendin, staat in de keuken weer te huilen. Zodra de verhuizers mijn computer inpakken, vertrekken we nog een keer naar kantoor om afscheid te nemen van onze collega's. De Familie CARE.
Nog een keer een kizomba dansen. Nog een keer semba.
Ik stop nu, wil niet langer nadenken over wat we allemaal gaan missen.
We keken er eigenlijk helemaal niet van op; we waren niet geschokt. Dat vonden we nog het raarst van de hele situatie. `Tja, dit is Luanda` zeiden we tegen elkaar. En we liepen verder.
Dit is wat er gebeurde:
Alice en ik lopen langs de vloedlijn op de Ilha, het schiereiland in de baai van Luanda. Een paar meter voor ons zien we een tweetal mannen in de weer met een lap stof, terwijl verderop het strand een politieagente in een telefoon staat te praten. Als we dichterbij komen zien we dat de mannen een lijk bedekt hebben. We kijken om ons heen. Ligt daar echt een lijk? Ja, daar ligt echt een lijk.
We lopen door. Langs een paar daklozen die in tentjes op het strand wonen en op 50 meter van het lijk: een vrijend stelletje. Er is maar een conclusie mogelijk. Dit is Luanda.
Waar ik niet aan kan wennen....
|
20 December 2008 | 20:56:25
Als je lange tijd
ergens woont, begin je de dingen die je in het begin gek of verassend vond,
normaal te vinden. Dat er ’s avonds een heerlijk briesje waait als ik in mijn
zomerjurkje naar het theater loop, is voor jullie in het koude en natte
Nederland misschien jaloersmakend, maar ik kijk er niet meer van op of om. Dat
ik geen sokken bezit is de normaalste zaak van de wereld en dat ik boodschappen
doe vanuit het autoraam is super handig, maar al lang geen exotische
eigenaardigheid meer. Ik ben niet van mijn stuk gebracht als er geen water is
of het licht uitvalt. En de vrouwen die met nasale roep hun koopwaar
aanprijzen, terwijl ze ’s ochtend vroeg door de straat lopen, horen zo bij mijn
dag dat ik ze soms niet eens meer hoor.
Er zijn dingen
waarvoor ik mijn best moet doen om er niet aan te wennen, zodat ik er elke keer
weer volop van kan genieten. Zo wordt ik nog steeds erg blij van alle duimen
die in de lucht in gaan als ik mensen groet, of het “amiga, amiga!” geroep en
de brede glimlachen. Als ik op mijn slippers door het zand loop, op weg naar
kantoor, en hier en daar een praatje maak, prent ik mezelf in dat ik dit niet
mag vergeten. Juist de kleine dingen niet. De momenten van alledag, die me
eigenlijk al helemaal niet meer opvallen.
Maar er zijn ook
dingen waar ik absoluut niet aan wennen kan. Plastic kerstbomen en kerstmannen
die in palmbomen klimmen bijvoorbeeld. Er gaat geen enkele kerstboom
onopgemerkt aan mij voorbij. Elke keer als iemand zich met zo’n ding naast me
in de taxi wurmt, probeer ik me voor te stellen in welk huis de boom terecht
zal komen. Of de familie ooit een echte dennenboom gezien heeft en waarom ze
niet gewoon lekker naar het strand gaan met kerst.
De jeugd van tegenwoordig
|
28 November 2008 | 22:14:23
Terwijl ik
antropologie ben gaan studeren omdat ik gefascineerd was door verschillen, merk
ik nu juist hoe leuk het is om te merken hoe hetzelfde we allemaal zijn. In
Angola wonen en werken klinkt erg spannend, en gelukkig is het dat vaak ook.
Maar vaker nog is het volstrekt normaal en zie ik meer overeenkomsten dan
verschillen.
Gister ging ik
met collega’s naar het veld om een forum bij te wonen waar de dorpsbewoners de
gemeenteraad en CARE kunnen aanspreken op hun werk en aangeven waar hun eigen
prioriteiten liggen. Er werd gepassioneerd gesproken over de noodzaak om traditionele
vroedvrouwen op te leiden in dorpen waar geen kliniek is, en niet, zoals nu
gebeurd is in de grootste gemeente. Ik ben in Nederland nog nooit op een
inspraakavond geweest, maar ik kan me zo voorstellen dat het daar ook zo aan
toe gaat.
Nadat de lopende
projecten waren doorgenomen en nieuwe projecten waren aangedragen, lieten we
een film zien. De film ging over een jong meisje dat van haar tante advies
krijgt over jongens, ze krijgt te horen dat ze zich niet zomaar moet laten
verleiden door cadeautjes en geld en dat ze haar eigenwaarde moet bewaren.
Direct na de
aftiteling begon de discussie. De mannen en vrouwen in de zaal begonnen
opgewonden door elkaar heen te praten” Die tante heeft gelijk” hoorde ik iemand
zeggen, “Dat meisje luistert niet, en dat hebben wij hier nou ook altijd!” riep
een ander. Toen het lukte de discussie in banen te leiden, bleek het een hoog
”de jeugd van tegenwoordig”-gehalte te hebben. Wat blijkt? De jeugd van
tegenwoordig luister niet meer naar het advies van familieleden. “Onze
familiebanden verzwakken” aldus een oude man, “de jongeren trekken weg naar de
stad en als ze terugkomen begrijpen we hen niet meer.” Een eveneens oude
buurman viel hem onmiddellijk bij “Inderdaad ja, de jeugd vergeet onze waarden.
Als ik advies geef, reageren mijn kleinkinderen met de opmerking dat ik
ouderwets ben”. Heel herkenbaar
allemaal. Maar het grappige is dat, ondanks het universeel slechte gedrag van
de jeugd van tegenwoordig, leeftijd hier toch respect afdwingt. Ik heb mijn
argument “maar ik ben ouder dan jij” al lang achter me moeten laten. Hier hoeft
dat niet. Zo was ik laatst op een forum in Luanda en hoorde ik een lastige en
luidruchtige man succesvol, en in zijn voordeel, een discussie smoren met de
opmerking “Tsshey, ben ik niet ouder dan jij? Heb wat respect!”
We hebben deze
week eindelijk tegen onze schoonmaakster gezegd dat we in februari Angola
verlaten.
Het gesprek
verliep als volgt:
“Mado, we hebben
slecht nieuws. We vertrekken uit Angola”
“……..”
“Onze contracten
lopen af en we missen onze familie”
“……..”
“We gaan op zoek
naar een nieuwe baan voor je”
“……..”
Mado loopt naar de bank en staart naar het plafond
“…….”
“…….”
Arthur en ik kijken elkaar.
“wat nu?”
“…….”
“…….”
“…….”
Mado knijpt in haar ogen
“…….”
Arthur en ik weten niet wat we moeten zeggen….
“…….”
“…….”
Arthur doet nog een dappere poging
“We gaan er alles
aan doen om een nieuwe baan voor je vinden. Je doet je werk goed, bent te
vertrouwen en bovendien heel sympathiek. Het moet lukken iets voor je te vinden”
“Maar dat is niet
voor senhor Arthur en Jojó”
Mado staat op en loopt weg, maar ik kan haar nog
net vastpakken en knuffelen voordat ze in tranen uitbarst. En ook ik pink het
eerste traantje dat afscheid met zich meebrengt.
Pedido: Groot verzoek
|
02 November 2008 | 11:14:55
Arnaldo probeert er luchtig over te doen: “Mijn
laatste minuten vrijheid” zegt hij, met een zenuwachtig lachje. De
zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd geven zijn nerveuze blik extra intensiteit. We
hebben onze mooiste kleren aan en treffen op de hoek van de markt de laatste
voorbereidingen. Het wachten is op de witte zakdoek waar de brief in verwikkeld
moet worden. De brief waarin Arnaldo de familie van zijn vriendin belooft dat
hij goed voor haar zal zorgen, om dat te bewijzen stopt hij er $500 bij. Arnaldo´s
oom komt de zakdoek brengen, maar staat vast in het verkeer. Arnaldo maakt zich
grote zorgen over de boete die hij moet betalen als ze te laat bij het huis van
zijn vriendin aankomen. De spanning is voelbaar en wij prijzen ons gelukkig dat
we erbij mogen zijn.
We hebben onlangs
onze eerste pedido gevierd. Ik keek er erg naar uit, want ik heb me herhaaldelijk
laten vertellen dat de pedido voor Angolezen het belangrijkste feest is, belangrijker
nog dan het huwelijk. De pedido is het moment waarop de beide families van het
toekomstig bruidspaar een trouwdatum prikken. Mits de familie van de
vrouw de toekomstige echtgenoot heeft goedgekeurd en tevreden is met de kado´s die door zijn familie
zijn aangeboden. De onderhandelingen zijn een serieuze zaak. We
hadden met Arnaldo al wel gesproken over het lijstje eisen van de familie van
zijn vriendin (Jolanda), maar ik had me niet gerealiseerd hoe belangrijk het was.
Als we het huis van Jolanda´s familie
binnenstappen, zoenen we de familieleden van haar zijde die al aanwezig zijn.
Als we gaan zitten valt er een stilte. Ik heb geen idee wat er gaat gebeuren,
dus kijk wat om me heen. Dan klapt Jolanda´s opa in drie keer in zijn handen en
iedereen volgt hem. “We klappen in onze handen om de aandacht te vragen. Dat is
onze cultuur. De cultuur van de Bakongo. Het is belangrijk dat onze jeugd zijn
cultuur niet vergeet”.
Het mooiste
daaraan vond ik dat de oude culturele gewoonte gebruikt werd om ons te informeren over
iets wat nog net geen cultuur genoemd kan worden, maar wel minstens zo
belangrijk is in het dagelijks leven: files. De vader van de bruid stond nog
vast in de file en de onderhandelingen moesten dus nog even uitgesteld worden.
Als iedereen binnen is, wordt het gesprek
officieel geopend. De witte zakdoek met de brief wordt overhandigd en geopend
en het geld wordt geteld. Arthur helpt vervolgens
met het binnendragen van de kado´s. In het midden van de cirkel worden tien
kratten bier neergezet en tien treetjes frisdrank, 1 doos compal vruchtensap, 2
flessen champagne, 1 fles wiskey, 1 fles amarula, 1 paar schoenen, 1 herenpak,
2 panos en 2 damesbloezen.
Tot mijn
verbazing worden alle kado’s aan een grondige inspectie onderworpen. De
schoenen worden onmiddellijk de grond in gestampt. De kwaliteit is ver onder de
maat, aldus de vader van de bruid. Hij hoeft zulke schoenen niet. De panos, de
lappen stof, zijn de familie ook onwaardig. De moeder van de bruid wilde Wax
Holandais. En de lappen die Arnaldo meebracht komen niet uit Holland, maar uit
Cabinda. Er wordt wat heen en weer geroepen tussen de twee families totdat de familie
van Jolanda zich terugtrekt om te bespreken of ze akkoord gaan en er datum voor
het huwelijk geprikt kan worden. Jolanda heeft zich nog altijd niet laten zien
en ik vraag me af of ze kan horen wat er hier door haar familie wordt
besproken.
Het begint lang te duren. Arnaldo zit met zijn
armen over elkaar en mompelt af en toe dat ze duidelijker hadden moeten zijn op
hun wensenlijst.” Zijn het laarzen?” vraagt íe me. “Nee, het zijn schoenen”
antwoord ik. Hij knikt me toe, “Het zijn schoenen!”.
We proberen te
analyseren welke kant het gesprek op gaat. We lachen nog wat om de onredelijke
vraag voor Wax Holandais en grappen dat een Nederlands stel toch veel beter is
dan een stukje Nederlandse stof. Onze kant van de familie is het erover eens
dat Jolanda’s familie duidelijker hadden moeten zijn op het lijstje. Als ze
kwaliteitsschoenen wilden, hadden ze dat zo op moeten schrijven. Als de familie
terugkeert wordt al snel duidelijk dat ze het huwelijk zullen accepteren, maar
er wordt nog wel nadruk gelegd op het feit dat Arnaldo “via het raam is
binnengekomen”, in plaats van via de voordeur. Arnaldo heeft zijn vriendin
namelijk al zwanger gemaakt. En die zwangerschap wordt dat ook de inzet voor de
onderhandelingen over de trouwdatum.
Jolanda’s familie
wil dat ze binnen drie maanden trouwen, nog voordat de baby geboren is. Ik weet
dat Jolanda en Arnaldo zelf liever wachten tot na de geboorte, maar zij hebben
in deze onderhandelingen niets te zeggen. De oom van Arnoldo geeft een
tegenvoorstel: het huwelijk zal over 1 jaar plaatsvinden. Gehoon en gelach is
het antwoord. Een jaar wachten is geen optie. De reden daarvoor wordt uitgelegd
door Jolanda’s vader en de broer van haar opa.
“Ik zat in dezelfde situatie als Arnaldo nu,”
begint de broer van Jolanda’s opa. “ik had een meisje zwanger gemaakt en deed
een pedido. De families besloten dat we een jaar na de pedido zouden trouwen,
maar voordat het zover was had ik al weer twee andere meisjes zwanger gemaakt.
Ik ben uiteindelijk met de tweede getrouwd”. Jolanda’s vader is met zijn
familie aanwezig bij de pedido en hoeft dus bijna niets meer uit te leggen. Hij
is nooit getrouwd met Jolanda’s moeder. Hij verduidelijkt de zaak nog even door
te zeggen: “Als Arnaldo straks de dochter van een generaal bezwangert, heeft
hij feitelijk geen keus meer, dan zal hij met dát meisje trouwen en niet met
onze dochter”. Arnaldo zit naast me op fluistertoon te briesen. “Hoe kunnen ze
dat zeggen? Ik hou van haar, ik zou dat nooit doen. Wat denken ze wel?”
Terwijl er
achteraf om gelachen werd, was de spanning tastbaar. Ik was gelukkig dat ik dit
bijzondere moment mee mocht maken, maar merkte dat ik niet langer alleen als
observant mee wilde doen. Ik had de neiging om mijn vriend te beschermen, om
uit te leggen dat Arnaldo een van de liefste jongens is die ik ken. Een
rechtvaardig mens die het verdient met respect behandelt te worden. Maar voor
ik dat kan doen, wordt de spanning verbroken door een akkoord over de trouwdatum.
Jolanda wordt binnengeleid door haar moeder. Er
wordt geklapt. Ze wordt neergezet in de lege stoel naast Arnaldo en vrijwel onmiddellijk
begint de familie te roepen om een zoen. Ze hebben elkaar nog niet aangekeken
en er zijn geen glimlachen te ontdekken, maar ze staan braaf op en onder luid
gejuich wisselen ze een tongzoen uit.
Als we bij de feestlocatie
zijn aangekomen is alle spanning verdwenen. We eten, we drinken, we dansen. En
we laten ons meesleuren in de romantiek, want het grote verzoek is een groot
feest geworden!