jojannekeinangola.punt.nl
Laatste artikelen
Angola naar de stembus
 
5 september; 11:42  
 
De dag begon met nieuws over vertragingen; de stembiljetten en de potjes inkt waren nog niet op de juiste plaats aangekomen, terwijl er wel al duizenden mensen klaarstonden om te stemmen. Nog steeds is het stemmen niet overal begonnen.  
 
Spannend dus, want pikken de mensen dat? De zon schijnt fel en waar de tenten ontbreken is geen schaduw.  
 
Ik ben zojuist de straat opgeweest om langs de stembureaus in de buurt te lopen. De straten ogen verlaten, geen getoeter, geen files. Hier en daar lopen groepjes mensen, veelal in hun mooiste kleding, met brede glimlachen op hun gezicht. Vandaag mogen ze stemmen! Het grootste verschil met een alledaagse dag in Luanda is de manier van groeten, waar men normaal zijn duim omhoog steekt als groet, zwaait men vandaag met door inkt geverfde wijsvingers. De sfeer is uitgelaten. Terwijl er gister nog vooral gesproken werd over hoe moeilijk veel Angolezen het hebben, is vandaag een feestdag. “God staat aan onze kant” aldus iemand wiens vinger nog plakt van de inkt.      

 

 
 
Lees hier wat ik van de campagne vond.  
 
Lees meer...
De ogen van de viceburgermeester glinsteren als hij analyseert waarom mannen terwijl ze weten hoe je HIV voorkomt, er zich niet naar gedragen.“Mannen houden nu eenmaal van dingen die niet mogen” concludeert hij. En dan doelt hij niet alleen op het vrijen zonder condooms, maar ook op het hebben van sex met verschillende vrouwen.  
 
Een week voor de verkiezingen zit ik Andulo, een klein plaatsje op de hoogvlakte in het binnenland van Angola, en praat ik over sex met de gemeenteleden. In 1992 werd er in Andulo massaal op Savimbi en zijn oppositiepartij UNITA gestemd. Savimbi kon het niet verkroppen dat dit in de rest van het land niet gebeurde en de MPLA de verkiezingen won. De uitslag van de eerste vrije verkiezingen sinds de onafhankelijkheid van Portugal betekende daarmee een nieuw begin van de al jarenlang voortdurende burgeroorlog. In 2002 werd Savimbi doodgeschoten en sloten de MPLA en de UNITA een vredesverdrag. Nu, 6 jaar later, worden er opnieuw verkiezingen georganiseerd. En het is rustig in Andulo, ze zullen niet opnieuw op de UNITA stemmen, want de straf die ze daarvoor kregen, zit nog vers in het geheugen. De mensen met wie ik aan tafel zit hebben allemaal een persoonlijke oorlogsgeschiedenis, waar vluchten, moord, marteling en angst een grote rol in spelen; maar politiek laten we achterwege en in plaats daarvan praten we over dat wat het leven de moeite waard maakt: sex.
 
Terwijl het een vrolijk onderwerp is, zijn we ernstig. De oorlog in Angola diende jarenlang als barrière tegen HIV en AIDS. Er was immers weinig contact met de buitenwereld, bovendien gingen mensen dood voordat HIV zich kon manifesteren. Dat is nu aan het veranderen. “Maar toch praten we nog altijd over HIV zoals over Jezus” aldus de secretaris van de gemeente. Niemand heeft het ooit gezien en zoals Thomas zoeken ook hier veel mensen eerst naar bewijs voor ze het serieus nemen.  
 
Ik moet denken aan deze veronderstelde relatie tussen zien en geloven als ik op de terugweg naar Luanda tegen de president van Angola aanloop. Ik heb net in de auto een gesprek gehad over het al of niet vrije verloop van de verkiezingen en gehoord hoe de bevolking rond Andulo reageert op de verhoogde beveiligingsmaatregelen. Het leger is aangeraden om op de MPLA te stemmen, omdat die immers hun salaris betaald. Gemeenteleden dragen braaf hun MPLA shirtjes en petjes, want de intelligentiedienst draait overuren. Ondertussen wordt Jose Eduardo dos Santos lyrisch ontvangen op het vliegveld van Huambo (dos Santos, Amigo, o povo está consigo- Dos Santos, vriend, het volk is met u). Voor het eerst sinds de verkiezingscampagne in 1992 bezoekt de president de tweede stad van Angola. Hij is er om een waterfabriek te openen, de timing is puur toeval, want de president doet officieel niet mee aan de campagne van zijn partij. Hij is namelijk de president van álle Angolezen en niet alleen voor de leden van de MPLA. Als ik vrachtwagens aan zie rijden met in MPLA shirtjes gehulde dorpelingen, geloof ik niet meer zo in de afstand die hij neemt van de vrije verkiezingen in zijn Angola. En als de MPLA het nationale bier sponsoort en bijna gratis uitdeelt om wat meer sfeer te creëren tijdens de campagnebijeenkomsten, vraag ik me af hoe lang HIV nog onzichtbaar blijft.  
Lees meer...

Als de candungeiro, een blauw-wit taxi busje, voor de Rua de Mavinga stopt terwijl niemand heeft aangegeven eruit te willen, valt er een stilte in de bus. Na wat heen en weer geschuifel draaien alle hoofden naar Rebecca. De cobrador, de meerijder die het geld int, trekt zijn wenkbrauwen op en seint met een knik van zijn hoofd dat ze eruit moet. Maar ze wil er niet uit, ze wil naar huis. Pas dan realiseert Rebecca zich dat ze als blanke dame natuurlijk als twee druppels water op míj lijkt en dat de chauffeur is gestopt omdat hij weet dat de blanke dame in de Rua de Mavinga woont.
 
Rebecca doet haar best uit te leggen dat ze iemand anders is. Dat het de Nederlanders zijn die in de Rua de Mavinga wonen en dat zij er pas bij het eindpunt uitmoet. Ongelovig kijken 16 paar ogen haar aan, want overtuigend is het niet. Twee paar blanken in de bairro? Vier witten in dezelfde wijk, dat is onwaarschijnlijk. Maar ja, ze moet het zelf maar weten. De cobrador haalt zijn schouders op en slaat met zijn hand op de deur, terwijl de chauffeur daarop reageert door op het gas te trappen heeft de cobrador zijn aandacht al verlegt naar het meisje op de voorste rij. “Toe, geef me je telefoonnummer”, fluistert hij haar toe. En alles is weer in orde in de candungeiro.
 
Lees meer...   (1 reactie)
Wisten jullie bijvoorbeeld dat AIDS eigenlijk door een soort marsmannetjes naar aarde wordt gestuurd, zodat we hier verzwakken en het voor diezelfde buitenaardse wezens makkelijker wordt om heerschappij over het heelal te krijgen?  
 
En dat HIV speciaal wordt aangebracht aan de binnenkant van condooms om zo de verspreiding te versnellen.

 

 
Dat wisten jullie niet? Nee? Nou hier weten ze dat wel. En dat leidde tot interessante en geagiteerde discussies tijdens de HIV training hier op kantoor. Ik zag het niet aankomen en was dus even uit het veld geslagen toen er in serieuze sessie over het gebruik van condooms met marsmannetjes werd gegooid. Even dacht ik dat het een grap was, maar nog voordat ik de opmerking met een lach kon wegwuiven, werd duidelijk dat dit een serieuze overweging was die ik serieus moest weerleggen. Hier op kantoor is dat wel gelukt, maar de onverwachte marsmannen aanval heeft me wel doen beseffen dat deze baan meer uitdagingen kent dan ik had voorzien.   

 


Lees meer...   (1 reactie)
Soms heb ik er écht even genoeg van. Ik zeg het niet, maar denk het wel zo hard dat het van me af te lezen is: “Flikker maar op met al die goede bedoelingen, zo kan ik niet werken. Angola zoekt ’t maar uit!!”  
 
Laatst had ik weer zo’n dag. Mijn gezicht was langzaam vertrokken, van mild geïrriteerd tot heetgebakerd gefrustreerd.  Wat er was? Ik had voor de zoveelste keer een vergadering moeten afzeggen omdat het me, vanwege gebrek aan transport, niet lukte er te komen.  Ik kon de documenten die ik voor een training wil gebruiken niet printen, omdat er al wekenlang geen inkt in de printer zit. Ik kon nog steeds geen bezoeken aan de provincies plannen omdat het budget nog niet was goedgekeurd. We hadden bijna geen geld meer omdat ‘vanwege administratieve redenen’ ons energierekening nog niet kon worden terugbetaald. Het telefoonbedrijf Unitel had weer eens kuren, waardoor ik niemand kon bereiken. En nog een paar van die kleine dingetjes.  
 
Maar Angola heeft me veranderd, op vlakken die ik niet voor mogelijk had gehouden.  
 
Na veel geregel en gesmeek, werden Arthur en ik die avond richting het Portugees Cultureel Instituut gereden. We keken al weken uit naar de presentatie van de documentaire ‘Fogo no museke’, over de ontwikkeling van de Kuduro muziek- en dansstijl.  
 
Terwijl verschillende kuduristos, omhangen met gouden kettingen, trots vertelden de bedenker van kuduro te zijn, verscheen er een glimlach op mijn gezicht. En toen Dog Murras vertelde dat hij best iets verdiende met zijn optredens en promotiemateriaal, in zijn woorden: “genoeg voor het vervullen van eerste levensbehoeften” zoomde de camera in op het logo van zijn vette Mercedes, toen ontsnapte er een lach. En daarna was ik niet meer te stuiten. Het valt niet meer te ontkennen, ik hou van Kuduro. Al kan ik het nog altijd niet anders omschrijven dan een harde beat met daaronder een mix van Luanda’s lawaai en hakkerige rap, wordt ik er vrolijk van; ik betrap mezelf erop licht wiegend de taxi te verkiezen waar ze kuduro draaien boven de stille busjes met meer ruimte.  
 
Fogo no museke, de titel van de film naar een CD van Dog Murras, betekend ‘vuur in de sloppenwijk’. Kuduro wakkert dit vuur aan, het vuur van Angola, de passie van de Angolezen, het geloof in de toekomst ondanks wat vleugjes kritiek, maar vooral de kunst te genieten. En ik? Ik wakker mee.   
 
 
 
 
Get this widget | Track details | eSnips Social DNA
 
  
Lees meer...
- Chinês, chinês!  
 
- Nee! Ik bén geen Chinees.  
 
Er wordt veel geschreven over de invloed van China in Afrika. De supermacht heeft Angola al miljarden dollars geleend, die terugbetaald worden in ruwe olie. China garandeert zo een constante energie toevoer en Angola hoeft zich niet bezig te houden met de ingewikkelde voorwaarden die het IMF en de Wereldbank aan leningen koppelen. Iedereen blij.  De miljarden worden vervolgens naarstig uitgegeven.  Overal om ons heen rijzen nieuwe gebouwen uit de grond en worden wegen geasfalteerd. De Chinezen hebben namelijk toch ook wel enkele voorwaarden, zo dient 70 % van de constructie contracten aan Chinese bedrijven uitbesteed te worden. En die Chinezen werken hard.  
 
Toch zijn ze niet populair. Honderdduizenden Angolezen zoeken werk, maar de Chinese bedrijven nemen hun eigen goedkope of gratis arbeiders mee. Sommigen laten zelfs hun vrouwen overkomen. De vrouwen gaan vervolgens aan de slag in Chinese restaurants of verkopen geïmporteerde kleding uit China. Er zijn al enkele vrouwen ontdekt die net als de Angolese zongeiras over straat lopen om schoenen, fruit, handtassen of gedroogde vis te verkopen. En dat is niet eerlijk, vinden de mensen hier, “want China is een rijk land, waarom komen ze dan hier om onze banen in te pikken?”   

Hoe dat precies zit, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er een enorme lacune zit in de berichtgeving over de gevolgen van China’s inmenging in Angola. Niemand had me er voor gewaarschuwd en ik begrijp er ook niks van. Dat alle blanken op elkaar lijken, dat weet ik nou wel, maar dat ze mij voor Chinees houden?  
 
Er wordt veel naar me geroepen als ik over straat loop. Hier in de buurt is het gewoon Jojó, maar als ik mijn eigen wijkje verlaat varieert het van mulatta (halfbloedje), branca en brancinha (witte en witje), pula (blanke) tot brasileira, maar, tot mijn ongenoegen, meestal is het “Chinês, chinês!!”, of hoor ik de jochies “sjing, sjang, sjong”, roepen, zoals ik vroeger ook zelf Chinees nadeed.  
 
Ik blijf maar “nee” roepen en ze vertellen dat ik Hollands ben, “je weet wel het land van Johan Cruijff en marihuana”. Maar als respons krijg ik “Chinês! Chinês!” naar mijn hoofd geslingerd.  
 
Wat nou als Nederland ook eens wat zou investeren? Zou het niet heerlijk zijn Angola’s oliedollars te cashen? Het is heel makkelijk. Geen gezeur met transparante boekhouding en meer van dat soort onnodige bureaucratie.  
 
Of, dat kan ook en is iets minder controversieel,  jullie komen allemaal hier op vakantie. Dan neem ik jullie mee naar de op een na grootste waterval van zuidelijk Afrika, de wonderlijke stenen van Pungo Andango, het Cristo Rei beeld dat uitkijkt over Lubango en een woestijn waar die van Namibië bij verbleekt.  
 
Misschien dat ze dan ooit gewoon “Holandesa!” naar me zullen roepen.

Lees meer...   (3 reacties)

Het is eind jaren `80. Terwijl de oorlog in het binnenland hevig woedt, neemt de regeringspartij in Luanda afscheid van zijn marxistische gedachtegoed en omarmt het kapitalisme; een transitie die gepaard gaat met corruptie en vriendjespolitiek. Als regeringsleiders hun zakken vullen en het volk verder wegzakt in armoede en chaos  beginnen de gebouwen rond het plein Kinaxixi één voor één neer te vallen.

Het is het toneel van Pepetela's roman 'The return of the water spirit'. De mysterieuze aaneenschakeling van ingestorte gebouwen krijgt al snel de naam “Luanda Syndroom”, en niemand weet of de oorzaak van geologische, bouwkundige of politieke aard is.
 
Omdat fictie en realiteit hier vaak moeilijk te onderscheiden zijn, zou het net zo goed over het Luanda van nu kunnen gaan. Het eerste gebouw is al gevallen.
 
Afgelopen zaterdagnacht is het gebouw van de nationale recherche ingestort. Naast de aanwezige bewakers, die zichzelf in veiligheid konden brengen, zouden er zo’n 180 personen in het pand aanwezig zijn. Een aantal uren na het instorten lukte het contact te leggen met de vrouwen die onderin het pand zaten opgesloten. Via een mobiele telefoon die de dames aanreikt kregen door een speurhond kwamen de reddingswerkers te weten dat de 10 vrouwen en 1 baby allemaal nog in leven waren. Het graven was lastig, want brokstukken bleven schuiven. Pas 30 uur later kwamen ze aan bij de vrouwencel. Het was te laat. Net als 13 andere gevangenen, hadden de vrouwen het niet overleefd.
 
De vergelijking met het scenario van Pepetela is verleidelijk. Angola anno 2008 staat opnieuw vlak voor verkiezingen. De politiek is zich actief aan het profileren om de stem van het volk achter zich te krijgen. Het volk heeft echter weinig vertrouwen en associeert  politiek vooral met zelfverrijking. En zelfverrijking is makkelijk, want de keuze voor het kapitalisme heeft de elite geen windeieren gelegd; de rijken zijn hier overdreven rijk. Angola kent een economische groei van ruim 20% en is op basis van grondstoffen een van de rijkste landen van Afrika. Toch leeft nog altijd 60% van de bevolking van minder dan twee dollar per dag. En dat in een van de duurste landen van Afrika.
 
Inmiddels zoekt men niet meer naar overlevenden, maar is er een nieuwe zoektocht begonnen. Al dagenlang wordt er in de brokstukken gezocht naar papier. Tientallen mannetjes struinen voorzichtig het puin af om tevoorschijn te komen met velletjes papier. Belangrijke velletjes. In het pand lagen namelijk alle criminele dossiers opgeslagen, met daarin aanklachten, bewijsvoering en getuigenverklaringen. Misdaden variërend van diefstal en moord tot omkoping en intimidatie liggen nu onder het puin verborgen. Gister heeft het geregend, dus van het materiaal dat eventueel nog bruikbaar was, is weinig over.
 
Wat betekent dat dan, als, zoals in het boek gesuggereerd wordt, het gevallen gebouw God’s straf is aan een degenererende samenleving? Wie wordt er dan gestraft? Het politieke systeem? Zij die daar gebruik van maken? Of juist zij die er het slachtoffer van zijn? 
 
Het is in ieder geval een duidelijk voorbeeld van het Luanda Syndroom. Het lijkt nu alleen om een gebouw te gaan, maar het is zoveel meer. Het is het negeren van waarschuwingen, het nalaten van onderhoud, het denken dat alles wel goed komt en de reactie wanneer het niet goed blijkt te gaan. Ik zou het Luanda Syndroom omschrijven als een staat van zijn waarin fictie en werkelijkheid door elkaar lopen en niets te gek is. Je wapenen tegen het syndroom is onmogelijk omdat het altijd uit een ander hoek komt en zich aanpast al naar gelang de situatie.
 
Een belangrijke eigenschap van het Luanda Syndroom is dat, terwijl het voor sommigen catastrofaal is, er altijd wel een paar mensen zijn die er hun voordeel uit halen. Dit keer ontkomen een aantal criminelen hun straf, omdat het bewijs verloren is gegaan, maar 24 mensen, waaronder een baby, zijn gestorven.
 
 
 
 
----------------------------------------------
Kijk hier en hier voor nog een voorbeeld van hoe vervelend het kan zijn als fictie en werkelijkheid door de war worden gehaald.
 

Lees meer...   (3 reacties)

Er is een klein wonder gebeurd. Ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb zowel een ooggetuigenverslag als het resultaat in handen.


 

Er zijn nou eenmaal van die dingen die je niet in twijfel trekt. Dat reguliere post in Angola niet aankomt, is daar een van. De meeste expats, bedrijven en rijke Angolezen ontvangen hun post via koeriersdiensten; geen van mijn buurjongens kan zich herinneren ooit officiële post aan huis te hebben ontvangen. Dingen die bij ons automatisch in de bus vallen, moeten hier worden opgehaald. De energierekening bijvoorbeeld, daarvoor moet je persoonlijk langskomen bij het hoofdkantoor van het energiebedrijf. Postkantoren zijn er wel, maar hoe ze functioneren is onduidelijk en ik ken alleen verhalen van mensen die jarenlang tevergeefs een postbus huurden. Post komt gewoon niet aan, is de conclusie, dat moet je niet eens proberen.


 

Gistermiddag werd het tegendeel bewezen. Terwijl ik op mijn werk zat, werd Matthew bij ons thuis naar buiten geroepen. Na de vraag “woont deze persoon hier” en een knikje van Matthew kreeg hij een grote blauwe envelop in zijn handen gedrukt. Voordat hij kon vragen wat dit te betekenen had, was de man alweer vertrokken. De man die, dat realiseerde we ons later, de postbode was! De postbode! Ik zie al maandenlang de afgedankte TPG uniformen langslopen, maar een echte Angolese postbode (zonder uniform weliswaar). Nee, dat had ik nog nooit gezien.

 

 

- Wat? Wie me hier dan heeft gevonden?

 

 
 
 
 
  
- De belastingdienst!!
 

Dus, voor de avontuurlijken onder u. Ik blijk bereikbaar te zijn op mijn huisadres:

 

Rua de Mavinga 137

 


Bairro Popular

 


Luanda

 


Angola


 

Leuker kunnen we het niet maken!

 

 

Lees meer...   (4 reacties)
Ik had het niet kunnen voorspellen, maar het gebeurt. Ik sta te gillen op straat. En ik probeer de slipper af te pakken die herhaaldelijk en genadeloos op het hoofd van de kleine jongen neerkomt. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst iemand heb geslagen en terwijl ik nu juist een einde wil maken aan het gebeuk, jeuken mijn handen als nooit tevoren. Misschien is het de warmte, of het aanhoudende gekrijs, maar mijn geduld is ver te zoeken.
 
Angola is steeds meer eigen geworden. Ik voel me op mijn gemak hier, in onze fijne wijk de bairro popular. Ik hou ervan de vreemdeling te zijn en onbeschaamd te kunnen observeren en domme vragen te stellen. Mijn leven hier heeft zich gevormd en en passant leer ik telkens meer over de Angolese gewoonten en gebruiken. Ik denk dat ik al harder schreeuw voor het Angolese voetbalteam, dan ik ooit voor Oranje heb gedaan.
 
We hebben het goed en vormen een echte familie. Extended natuurlijk, want we zijn wel in Afrika. Onze familie bestaat op dit moment uit de dono en dona de casa (Arthur en ik) en onze gasten Matthew, Rebecca en David. Als een ware familie delen we de boodschappen en spelen we ’s avonds, na ons huiswerk, een spelletje aan de grote tafel.
 
 Maar we kunnen het begrip ‘familie’ ook groter trekken en alle bewoners van Rua de Mavinga 137 erin opnemen. Dan zijn we met veel. In de annex die aan onze bijkeuken is gebouwd woont een gezin uit Gambia, met (maar) 1 kind. Onze huisbaas woont in het huis op de plek waar eens een schuurtje stond. Tia Rosita heeft twee tiener zonen bij een afwezige vader en de kleine Carlos (wel bekend van het vele schreeuwen) met de echtgenoot van een vrouw uit de beurt, die een aantal avonden per week bij Rosita slaapt. Het nichtje Vivi is in huis genomen omdat haar beide ouders zijn overleden en Vivi heeft een dochtertje van 5. Dan is er verder nog de moeder van Rosita die overdag op een matrasje in de oprijlaan slaapt en ’s avonds naar binnen wordt gesleept, terwijl ze ononderbroken om haar eigen ouders roept. Al met al net iets teveel voor mij, iets teveel mensen op elkaar.
 
Zo nu en dan verschijnen er nieuwe gezichten. Soms blijven die hangen en andere keren zijn ze na een paar dagen weer verdwenen. De samenstelling van een huishouden is flexibel en binnen een familie kan iedereen bij iedereen terecht. Mabanza heeft al voorgesteld dat zijn zoon, ons petekind, bij ons komt wonen als hij 5 is. Dat is voor hem de normaalste zaak van de wereld. Zelf is hij als kind uit het huis van zijn moeder vertrokken om bij zijn oom te gaan wonen. Wíj zijn alleen iets conservatiever als het gaat om family planning en hebben erop gewezen dat het voor Emmanuel veel fijner is om bij zijn eigen ouders te wonen. Als hij 18 is, en hij wil in Nederland komen studeren, dán is hij welkom, maar voor die tijd niet.
 
Samenwonen is niet altijd makkelijk. Als je met zijn allen op een kluitje zit, is conflict haast onvermijdelijk. Zo ook bij ons in de ‘familie’.  Dit keer begon het met urenlang gehuil en geschreeuw. Terwijl ik hard mijn geduld aan het verliezen was, kon ik het niet helpen ook bewondering te hebben voor de vasthoudendheid van het jonge kind dat mijn trommelvliezen teisterde. Maar de bewondering hield geen stand en werd al snel vervangen door irritatie. Na enige tijd stampvoetend door de woonkamer te hebben  gelopen, besloot ik dat ik, “als niemand anders iets doet”, dan maar zelf met het jongetje zou praten. Via het raam probeerde ik contact te maken, maar door de decibellen die hij produceerde, kon hij me niet horen.
 
Toen ik achterom liep, was ik net op tijd om te zien hoe Vivi een slipper pakte en zonder genade op de jongen begon in te beuken. Ik zie hoe ze hem over de grond sleurt en hem de poort uit gooit. Als hij, nog altijd huilend, probeert terug te kruipen, staat ze hem alweer op te wachten. Ik kan het niet aanzien en verlies de afstand die ik als buitenstaander misschien hoor te hebben. In mijn achterhoofd zoemen de lessen van mijn antropologiestudie ‘meng je niet in zaken die jou niet aangaan’, ‘dring je mening niet op’, ‘de antropoloog bestudeerd, maar maakt geen waardeoordeel’. Maar ik hou het niet, dit kan zo niet doorgaan.  
 
“Hou op!! HOU OP!!!!” schreeuw ik, “je slaat een kind, een klein KIND!”
 
Ik voel me geen vreemdeling meer.
 
Nu ben ik familie.
 
Lees meer...

Moe en bezweet voeg ik me bij vier Angolezen in een klein rood autootje dat als taxi op de weg tussen mijn huis en kantoor pendelt. Ik groet en wordt begroet en krijg een paar nieuwsgierige blikken toegeworpen. Ik glimlach. Na nog een paar keer om te kijken, buigt de chauffeur zich voorover om een CD te verwisselen.

Na de eerste tonen herken ik het liedje en ik ben niet de enige. Al snel zingen we luidkeels “It don’t matter if you’re black or white”
 
Yeah, yeah, yeah!!
 
 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl